top of page

Het liep anders

30 sep
2 minuten om te lezen



Het was al even donker toen ik de monumentale deur van het bibliotheekgebouw in Veghel achter me dichttrok. In de zaal waarin ik zojuist een presentatie had gehouden waren bezoekers nog aan het napraten. Mensen werkzaam in het onderwijs, bij een bibliotheek of voorschoolse opvang, als taalvrijwilliger en ‘zomaar’ belangstellenden. Zo’n publiek had ik voor ogen bij de voorbereiding van mijn lezing over laaggeletterdheid. Ik zou prikkelende stellingen voorleggen: ‘Als je goed Nederlands wilt leren moet je thuis niet in je moedertaal praten’. Feit of fabel? ‘De groei van het aantal mensen met beperkte basisvaardigheden heeft onder meer te maken met de vergrijzing’. Feit of fabel? Voor degene met de meeste goede antwoorden was een exemplaar van ‘Onleesbare wereld’ beschikbaar. Dat was het plan. Ik had er zin in. 


Maar het liep anders. 


Tien minuten voor aanvang kondigde opgewonden geroezemoes op de gang de komst aan van een groepje mensen. Het bleken ervaringsdeskundigen, zoals dat in welzijnsjargon heet: in casu laaggeletterden zelf. Met sommigen wisselde ik een blik van herkenning uit; zij waren Taalambassadeurs van Stichting ABC. Het groepje nam plaats op de stoelen aan de rechterkant van het gangpad en blikte verwachtingsvol mijn kant op. Met de overige gasten aan de andere zijde was het zaaltje vol. 


De symboliek van het beeld dat zich voor mijn ogen ontvouwde, was onontkoombaar. De laaggeletterden aan de ene kant, de taalvaardigen aan de andere kant, gescheiden door een pad. Een kloof, om het maar scherp te formuleren. Een kloof die ik gedurende het komende anderhalf uur moest zien te overbruggen, zo voelde het. Want de presentatie had ik voorbereid met het oog op geletterden, mensen die mijn boek hebben gelezen of er meer over wilden weten. Nu de laaggeletterden zelf zich ook hadden gemeld, moest ik schakelen. 


Taal en tempo aanpassen. 

Slides overslaan. 

Informatie herhalen.

 

Ik viel al vrij snel door de mand: Op mijn eerste vraag: ‘feit of fabel’? stak een mevrouw haar hand omhoog: wat is dat, fabel? En ik werd nog een keer op de vingers getikt: stigma, wat is dat? Maar het wende. Ik begon rond te lopen met de microfoon, luisterde, vroeg door, beantwoordde vragen en stelde nieuwe. Dan weer ter linkerzijde, dan weer ter rechterzijde. Gaandeweg ontstond een gesprek over en weer. Over schaamte, dat die ertoe kan leiden dat je niet durft te zeggen dat je moeite hebt met lezen en schrijven. Over het begrip laaggeletterdheid, of dat stigmatiserend is of dat het maar net is hoe je er over praat. Over de kapper van iemand, waar klanten zonder schroom over hun leven praten en dat je die kans moet grijpen om iemand te wijzen op een cursus of ondersteuning. 


Zo werd het een geanimeerde ontmoeting. De kloof versmalde zich een beetje, die avond in de bibliotheek van Veghel. 

Tegen de tijd dat buiten in het donker de koplampen van mijn Uber in zicht kwamen, was ik eruit: de komst van het groepje laaggeletterden was niet minder dan een cadeautje. 

 
 
 

Recente blogposts

Alles weergeven

Opmerkingen


bottom of page